Faalangsttest
Een op de tien kinderen in het basisonderwijs heeft last van faalangst. Ze halen slechte cijfers omdat ze bang zijn. Bang om te mislukken of bang om niet aan de verwachtingen te voldoen die ouders, leerkrachten of zijzelf vooropstellen.
Faalangst is de angst om bij een taak te mislukken en ontstaat in situaties waarin het kind door iemand beoordeeld wordt of denkt te worden.
Kinderen met faalangst zijn bang dat ze door een slechte prestatie de waardering van hun ouders, klasgenoten en leerkrachten verliezen. Ze blokkeren, haken af, gaan nieuwe uitdagingen uit de weg of werken juist zo hard dat ze zelden nog ontspannen zijn.
.
Soms is een kind zo bang om fouten te maken, dat het niet eens antwoord durft te geven op een vraag. Het ligt nachten wakker omdat er een spreekbeurt dreigt of doet uren over een eenvoudige huiswerkopdracht.
Het is van groot belang dat de ouders het probleem ‘faalangst’ serieus nemen. Als ouder moet u proberen samen met het kind het probleem tot de juiste proporties terug te brengen. Kinderen met faalangst kunnen vaak aan niets anders denken dan aan de beproeving die op komst is (tunneldenken). Als ouder moet u ervoor waken dat u zich niet laat verleiden in die ‘tunnel’ mee te gaan. Meeleven is goed, maar let op dat het probleem daardoor niet ‘zwaarder‘ wordt gemaakt. Het gaat erom de juiste maat te vinden die bij uw kind past.
Belangrijk is dat u er op let dat het kind geen situaties gaat ontwijken en activiteiten niet meer onderneemt. Ontwijken vergroot namelijk de angst, het wordt een steeds grotere drempel (u kunt een activiteit ook opdelen in kleine stapjes, zo gaat het kind het niet uit de weg maar doet het toch in het eigen tempo).
- Doe de faalangsttest
- Doe de prestatie- en motivatietest
- Doe de studiekeuze- en beroepentest
- Lees een artikel over faalangst uit onderwijsblad Klasse voor Leraren 88
- Zo geef je je kind voldoende zelfvertrouwen



